[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Single staff notation

2.1 Notatie voor een enkele notenbalk

Deze paragraaf introduceert algemene muzieknotatie gebruikt voor een enkelvoudige melodie op één notenbalk.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

2.1.1 Maat-controles

@translationof Bar checks

Alhoewel ze niet strikt noodzakelijk zijn, zouden maat-controles gebruikt moeten worden in de invoer-code om aan te geven waar de maatstrepen verwacht worden. Ze worden ingevoerd met het vertikale streep-symbool, |. Met behulp van deze maat-controles kan het programma nagaan, door de nootlengten die je ingevoerd hebt op te tellen, dat alle maten precies gevuld zijn. Maat-controles maken de invoer-code eenvoudiger te lezen, omdat ze helpen deze opgeruimd te houden.

 
g1 | e1 | c2. c'4 | g4 c g e | c4 r r2 |

[image of music]

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Bar and bar number checks section ‘Bar and bar number checks’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Accidentals and key signatures

2.1.2 Verplaatsingstekens en toonsoorten

Nota bene : Voor nieuwe gebruikers kan dit soms verwarrend zijn – lees de waarschuwing onderaan deze pagina, vooral als je niet zo vertrouwd bent met muziektheorie!

Verplaatsingstekens

Terminologie: (music-glossary)sharp section ‘sharp’ in Terminologie, (music-glossary)flat section ‘flat’ in Terminologie, sharp (music-glossary)double sharp section ‘double sharp’ in Terminologie, (music-glossary)double flat section ‘double flat’ in Terminologie, (music-glossary)accidental section ‘accidental’ in Terminologie.

Een noot met een kruis maak je door is achter de naam te plakken, en een noot met een mol maak je door er es achter te plakken. Zoals je zou kunnen verwachten, een dubbelkruis of dubbelmol wordt gemaakt door het toevoegen van isis of eses. Deze syntax is afgeleid van de Noordse en Germaanse talen zoals het Duits en het Nederlands. Om andere namen te gebruiken voor verplaatsingstekens, zie other languages (notation)Note names in other languages section ‘Note names in other languages’ in Notatie-handleiding.

 
\relative { cis''4 ees fisis, aeses }

[image of music]

Toonsoorten

Terminologie: (music-glossary)key signature section ‘key signature’ in Terminologie, (music-glossary)major section ‘major’ in Terminologie, (music-glossary)minor section ‘minor’ in Terminologie.

De toonsoort wordt gezet met het commando \key gevolgd door een toonhoogte en \major of \minor.

 
\key d \major
a1 |
\key c \minor
a1 |

[image of music]


Waarschuwing: toonsoorten en toonhoogten

Terminologie: (music-glossary)accidental section ‘accidental’ in Terminologie, (music-glossary)key signature section ‘key signature’ in Terminologie, (music-glossary)pitch section ‘pitch’ in Terminologie, (music-glossary)flat section ‘flat’ in Terminologie, (music-glossary)natural section ‘natural’ in Terminologie, (music-glossary)sharp section ‘sharp’ in Terminologie, (music-glossary)transposition section ‘transposition’ in Terminologie, (music-glossary)Pitch names section ‘Pitch names’ in Terminologie.

Om uit te maken of er wel of geen toevallig teken geprint moet worden, onderzoekt LilyPond de toonhoogten en de toonsoort. De toonsoort beïnvloed alleen het printen van toevallige tekens, en niet de toonhoogte van de noot! Deze functie zaait vaak verwarring bij nieuwe gebruikers, dus laten we het eens wat beter bekijken.

LilyPond maakt een duidelijk onderscheid tussen muzikale beschrijving en layout. De verhoging of verlaging (mol, herstellingsteken of kruis) van een noot is onderdeel van de toonhoogte, en is dus de muzikale beschrijving. Of een toevallig teken (een geprinte mol, herstellingteken of kruis) ook daadwerkelijk vóór de betreffende noot wordt geprint, dat is een kwestie van layout. Voor de layout bestaan regels, dus toevallige tekens worden automatisch geprint volgens die regels. De toonhoogten in je muziek zijn kunstuitingen, dus die zullen niet automatisch worden toegevoegd, en je moet zelf datgene invoeren wat je wilt horen.

In dit voorbeeld:

 
\relative {
  \key d \major
  cis''4 d e fis
}

[image of music]

wordt voor geen enkele noot een toevallig teken geprint, maar je moet toch is toevoegen en cis en fis in het invoerbestand typen.

De code b betekent niet “print een zwart bolletje op de middelste lijn van de notenbalk.” Het betekent veelmeer “er is hier een noot met toonhoogte B-stamtoon.” In de toonsoort van A-mol majeur, krijgt hij bij het printen toch een toevallig teken:

 
\relative {
  \key aes \major
  aes'4 c b c
}

[image of music]

Als het bovenstaand voorbeeld verwarrend is, ga dan eens na: als je piano aan het spelen was, welke toets zou je aanslaan? Als je een zwarte aan zou slaan, dan moet je -is of -es aan de notenaam toevoegen!

Het expliciet toevoegen van alle verplaatsingen vergt misschien een klein beetje extra inspanning tijdens het intypen, maar het voordeel is dat transponeren eenvoudiger is, en toevallige tekens kunnen automatisch geplaatst en geprint worden volgens verschillende conventies. Voor enkele voorbeelden van het printen van toevallige tekens volgens verschillende regels, zie (notation)Automatic accidentals section ‘Automatic accidentals’ in Notatie-handleiding.

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Note names in other languages section ‘Note names in other languages’ in Notatie-handleiding, (notation)Accidentals section ‘Accidentals’ in Notatie-handleiding, (notation)Automatic accidentals section ‘Automatic accidentals’ in Notatie-handleiding, (notation)Key signature section ‘Key signature’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Ties and slurs

2.1.3 Overbindingen en legatobogen

Overbindingen

Terminologie: (music-glossary)tie section ‘tie’ in Terminologie.

Een overbinding maak je door het toevoegen van een tilde ~ aan de eerste noot die overgebonden wordt.

 
\relative { g'4~ 4 c2~ | 4~ 8 a~ 2 | }

[image of music]

Legatobogen

Terminologie: (music-glossary)slur section ‘slur’ in Terminologie.

Een legatoboog is een kromme, getrokken over een aantal noten. De beginnoot en eindnoot worden gemarkeerd met respectievelijk ( en ).

 
\relative { d''4( c16) cis( d e c cis d) e( d4) }

[image of music]

Fraseringsbogen

Terminologie: (music-glossary)slur section ‘slur’ in Terminologie, (music-glossary)phrasing section ‘phrasing’ in Terminologie.

Bogen die langere frasering aangeven kunnen worden ingevoerd met \( en \). Je een legatoboog een een fraseringsboog tegelijkertijd gebruiken, maar je kunt geen gelijktijdige legatobogen of gelijktijdige fraseringsbogen gebruiken.

 
\relative { g'4\( g8( a) b( c) b4\) }

[image of music]


Waarschuwingen: legatobogen versus overbindingen

Terminologie: (music-glossary)articulation section ‘articulation’ in Terminologie, (music-glossary)slur section ‘slur’ in Terminologie, (music-glossary)tie section ‘tie’ in Terminologie.

Een legatoboog ziet er net zo uit als een overbinding, maar heeft een andere betekenis. Een overbinding maakt de eerste noot gewoon langer, en kan alleen gebruikt worden tussen twee noten van dezelfde toonhoogte. Legatobogen geven de speelwijze of articulatie van noten aan, en kunnen worden gebruikt over grotere nootgroepen. Legatobogen en overbindingen kunnen worden genest.

 
\relative { c''4(~ c8 d~ 4 e) }

[image of music]

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Ties section ‘Ties’ in Notatie-handleiding, (notation)Slurs section ‘Slurs’ in Notatie-handleiding, (notation)Phrasing slurs section ‘Phrasing slurs’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Articulation and dynamics

2.1.4 Articulatie en dynamiek

Articulaties

Terminologie: (music-glossary)articulation section ‘articulation’ in Terminologie.

Algemene articulaties kunnen worden toegevoegd aan een noot met een streepje - en een enkel karakter:

 
\relative {
  c''4-^ c-+ c-- c-!
  c4-> c-. c2-_
}

[image of music]

Vingerzetting

Terminologie: (music-glossary)fingering section ‘fingering’ in Terminologie.

Op soortgelijke manier wordt een vingerzetting aan een noot toegevoegd met een streepje (-) en het cijfer dat moet worden geprint:

 
\relative { c''4-3 e-5 b-2 a-1 }

[image of music]

Je kunt meerdere articulaties bij dezelfde noot gebruiken. Articulaties en vingerzetting worden gewoonlijk automatisch geplaatst, maar je kunt een richting specificeren door het streepje (-) te vervangen door ^ (boven) or _ (onder). Echter, in de meeste gevallen is het beter om LilyPond de richting van de articulaties te laten uitzoeken.

 
\relative { c''4_-^1 d^. f^4_2-> e^-_+ }

[image of music]

Dynamiek

Terminologie: (music-glossary)dynamics section ‘dynamics’ in Terminologie, (music-glossary)crescendo section ‘crescendo’ in Terminologie, (music-glossary)decrescendo section ‘decrescendo’ in Terminologie.

Dynamische tekens maak je door het teken (met een backslash) aan de noot toe te voegen:

 
\relative { c''4\ff c\mf c\p c\pp }

[image of music]

Crescendi en decrescendi begin je met de commando’s \< en \>. Het volgende dynamische teken, bijvoorbeeld \f, beïndigt de (de)crescendo maar je kunt ook het commando \! gebruiken:

 
\relative { c''4\< c\ff\> c c\! }

[image of music]

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Articulations and ornamentations section ‘Articulations and ornamentations’ in Notatie-handleiding, (notation)Fingering instructions section ‘Fingering instructions’ in Notatie-handleiding, (notation)Dynamics section ‘Dynamics’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Adding text

2.1.5 Tekst toevoegen

Je kunt tekst aan je muziek toevoegen door:

 
c''2^"espr" a'_"legato"

[image of music]

Extra formattering kan worden toegevoegd met het \markup-commando:

 
c''2^\markup { \bold espr }
a'2_\markup {
  \dynamic f \italic \small { 2nd } \hspace #0.1 \dynamic p
}

[image of music]

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Writing text section ‘Writing text’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Automatic and manual beams

2.1.6 Automatische en handmatige waardestrepen

Terminologie: (music-glossary)beam section ‘beam’ in Terminologie.

Alle waardestrepen worden automatisch getekend:

 
\relative { a'8[ ais] d[ ees r d] c16 b a8 }

[image of music]

Als de automatische waardestrepen je niet bevallen, kun je ze handmatig overschijven. Om een bepaalde waardestreep te verbeteren markeer je de eerste noot met [ en de laatste met ].

 
a8[ ais] d[ ees r d] a b

[image of music]

Als je de automatische waardestrepen helemaal uit wilt zetten voor een bepaald stuk muziek, gebruik je het commando \autoBeamOff om de automatische waardestrepen uit te zetten en \autoBeamOn om ze weer aan te zetten.

 
\relative {
  \autoBeamOff
  a'8 c b4 d8. c16 b4 |
  \autoBeamOn
  a8 c b4 d8. c16 b4 |
}

[image of music]

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Automatic beams section ‘Automatic beams’ in Notatie-handleiding, (notation)Manual beams section ‘Manual beams’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]         [Top] [Contents] [Index] [ ? ]

@translationof Advanced rhythmic commands

2.1.7 Geavanceerde ritmische commando’s

Opmaat

Terminologie: (music-glossary)anacrusis section ‘anacrusis’ in Terminologie.

Een opmaat (of anacrouse) wordt ingevoerd met het sleutelwoord \partial. Het wordt gevolgd door een nootlengte: \partial 4 is een opmaat van een kwart en \partial 8 een achtste.

 
\relative {
  \partial 8 f''8 |
  c2 d |
}

[image of music]

Antimetrische figuren

Terminologie: (music-glossary)note value section ‘note value’ in Terminologie, (music-glossary)triplet section ‘triplet’ in Terminologie.

Antimetrische figuren wordeg gemaakt met het \times sleutelwoord. Het verwacht twee parameters: een fractie (breuk) en een stuk muziek. De lengte van het stuk muziek wordt vermenigvuldigd met de fractie. Een triol maakt dat de noten 2/3 van hun lengte duren, dus een triool heeft als fractie 2/3

 
\relative {
  \tuplet 3/2 { f''8 g a }
  \tuplet 3/2 { c8 r c }
  \tuplet 3/2 { f,8 g16[ a g a] }
  \tuplet 3/2 { d4 a8 }
}

[image of music]

Versieringen

Terminologie: (music-glossary)grace notes section ‘grace notes’ in Terminologie, (music-glossary)acciaccatura section ‘acciaccatura’ in Terminologie, (music-glossary)appoggiatura section ‘appoggiatura’ in Terminologie.

Versieringen worden gemaakt met het \grace commando, hoewel ze ook gemaakt kunenn worden door een het sleutelwoord \appoggiatura of \acciaccatura voor een muziekuitdrukking te zetten

 
\relative {
  c''2 \grace { a32 b } c2 |
  c2 \appoggiatura b16 c2 |
  c2 \acciaccatura b16 c2 |
}

[image of music]

Zie ook

Notatiehandleiding: (notation)Grace notes section ‘Grace notes’ in Notatie-handleiding, (notation)Tuplets section ‘Tuplets’ in Notatie-handleiding, (notation)Upbeats section ‘Upbeats’ in Notatie-handleiding.


[ < ] [ > ]   [ << ] [ Up ] [ >> ]

This document was generated by gub on Juli 13, 2020 using texi2html 1.82.

Andere talen: English, català, česky, deutsch, español, français, magyar, italiano, 日本語.
Gebruik van automatische taalkeuze.